Br 13

Met de viercilinder “Verbund” Naßdampflocomotieven van de serie S6 waren locomotieven ontstaan die opgewassen waren tegen de Heißdampf S4.
De doorontwikkeling van de S4 kwam tot stand doordat het Vereins Deutscher Ingenieure (VDI) een prijsvraag uitschreef waarin werd opgeroepen om een locomotief te ontwerpen die een trein van 180 t met een snelheid van 120 km/u kon rijden.

Een van de inzendingen was afkomstig van Robert Garbe, die een 2’B h2 locomotief met 2200 mm drijfwielen ontworpen had.
Men besloot om dit ontwerp in uitvoering te brengen maar dan met 2100 mm drijfwielen.
Maar doordat er een as-last was van 16t moesten er een aantal gewichtsbesparende maatregelen genomen worden, hierdoor voldeed de loc toch niet helemaal aan de verwachtingen.
Maar toen in 1910 de as-last voor hoofdlijnen werd verhoogd naar 17t kon men bij de loc, aangeduid als S6, toch weer afzien van de gewichtsbesparende maatregelen.
Op deze manier voldeed de loc wel.
De loc was zuinig met het kolenverbruik en had een zeer rustige loop bij 90 km/u.

De S6 was de laatste grote 2’B sneltreinlocomotief van Duitsland, en ook een tijdlang de economisch gunstigste loc van de Pruisische spoorwegen.
Tot 1913 zijn er 584 stuks gebouwd.
De DRG nam 286 exemplaren over en deze kregen de aanduiding BR 13.10-12 met de nummers: 13 1001 t/m 13 1286.
De locs werden aan het einde van de jaren 20 buiten dienst gesteld.

Technische specificaties:

Baureihe: 13.
Indienststelling: 1906-1913
As-indeling: 2’B h2
Tender: 2’2T10, 2’2T12, 2’2T15, 2’2T16, 2’2T20, 2’2T21, 2’2T21-5, 2’2T22
Gewicht: 60,6T + 36T
Lengte: 18,35
Snelheid: 110 KM
Kolenvoorraad: 7T
Watervoorraad: 31,5 M³
Vermogen: 923 PSi

Model: Fleischmann 4113