Br 43

De 43 hoorde bij de eerste Einheitsloks die in het eerste merkblad van de DRG werden benoemd.
Omdat er nog niet duidelijk was welk cylinder type het meest economisch was werden er in opdracht van de DRG 10 twee-cylinder en 10 drie-cylinder modellen gebouwd.
Geleverd werden beide typen door Henschel en Schwartzkopf.

Deze loks werden in LVA Grunewald aan diverse tests onderworpen.
Net als de eerste 44 lag bij de 43 het ketelmidden op 3 150mm boven SO[railbovenzijde]waardoor zij voor begrenzing II werden toegelaten.
Daardoor konden de ketelattributen ook vrij uitgevoerd worden waardoor de 43 haar karakteristieke vorm kreeg.
In uitrusting en bouwvorm was de 43 de eerste 44ers gelijk op de zanddoms na.
Met een doorsnede van 720 mm had de 43 buitengewoon grote cylinders gekregen die door de extreme krachten dan ook snel tot beschadiging van de bewegende delen leiden.
Reden om bij de resterende 43ers en andere lokomotieven dermate grote cylinders achterwege te laten.
Tijdens de tests werden goede resultaten bereikt waarbij de 43 moeiteloos 1340 ton trok op vlak terrein met 65km/h,1390 ton met 5% en 40kmh en 1350 ton met 10% en 20 km/h.
Zelfs met een helling van 25% kon de lok probleemloos 510 ton met 20km/h trekken.
En ook een zware test met 5000 ton vormde geen enkel probleem.
Men kwam tot de slotsom dat de 43 van alle eerste eenheidstypen de beste resultaten had die in vergelijking met andere types met 10% verbeterd werden.
Dit bij een gemiddeld vermogen van 1100 PSi.
In vergelijking met de 44 was de 43 tot een vermogen van 1500 PSi sterker.
Maar boven dit vermogen was de 44 sterker als de 43.
Tot 1928 zijn er nog 25 loks gebouwd die de sturingsdrager gebruikt bij de BR01 kregen.
Leuk detail is dat de 43 020 de 20.000ste lokomotief door Henschel gebouwd was.
Deze 25 machines werden in Dresden, Erfurt en Mannheim gestationeerd.
De eerste 10 loks werden zonder windleiplaten geleverd.
Nadien werden de loks met diverse platen uitgerust onder andere Wagners van de 01, kleinere modellen en later Witte windleiplaten.
Na de oorlog verbleven alle 35 43ers bij de DR waarbij de eerste al in 1950 buiten dienst werd gesteld.
De ander machines hebben tot het einde der 60er jaren hun diensten voldaan.
De 43 001 is als enigste behouden en rijvaardig in het Dresdner Verkehrsmuseum.

Technische specificaties:

Baureihe: 43.
Indienststelling: 1927
As-indeling: 1’E h2
Tender: 2’2T32, 2’2T34
Gewicht: 110,8T + 61,5T
Lengte: 22,62 M.
Snelheid: 80 KM
Kolenvoorraad: 10T
Watervoorraad: 34 M³
Vermogen: 1880 PSi

Model: Fleischmann 414304