Br 56

Na de eerste wereldoorlog was er grote behoefte aan goederentreinlocomotieven met een luchtdrukreminstallatie.
Dit was nodig om de snelheid van de goederentreinen te kunnen vergroten.
De firma Henschel ontwikkelde in 1917 de 1″E locomotiefserie G12 (BR58) en mede door deze serie ontstond in 1918 de BR56 als 1″D locomotief die uit zou groeien tot een zeer betrouwbare machine.

De toenmalige directies van de Länderbahnen begrepen maar al te goed dat het veel economischer was om langere goederentreinen met een hogere snelheid te laten rijden.
De oudere series hadden vaak geen moderne luchtdrukreminstallatie en konden niet aan deze vraag voldoen zodat de BR56 en BR58 erg gewenst waren.
Eind 1918 reed de BR56 zijn eerste proefritten waar men zeer tevreden over was.
Na enkele kleine aanpassingen werd de serie in productie genomen.
De drie-cylinder loc’s werden ingezet op de middelzware diensten en moesten een trein van 1700 T met een snelheid van 50 Km per uur kunnen trekken.
Vanaf 1918 zijn er 85 van deze machines gebouwd die in bijna geheel Duitsland hebben dienstgedaan.

Er waren bij de Länderbahnen al diversen soorten 1″D loc’s die bij de DRG in 1925 allemaal werden hernummerd als BR 56.
Zo ontstond er dus een grote serie locomotieven die uiterlijk nogal eens verschilden.
Er zijn ook een aantal loc’s door AEG voorzien van een kolenstofinstallatie, maar deze zijn in der loop der jaren weer verwijderd door de vele problemen met deze installaties.
De BR56 werd na de oorlog bij de DB en DR nog jaren ingezet.
De laatste loc’s werden bij beide spoorwegmaatschappijen eind jaren 60 buiten dienst gesteld.

Technische specificaties:

Baureihe: 56.20-29
Indienststelling: 1918
As-indeling: 1D h3
Tender: Pr 3T16, Pr 3T20, Pr 2,2 T21,5
Gewicht: 84,3T + 30,2T
Lengte: 16,99 M.
Snelheid: 65 KM
Kolenvoorraad: 7T
Watervoorraad: 21 M³
Vermogen: 1850 PSi

Model: Fleischmann 4156, 944156, Gutzold 29103 (met kolenstoftender)