Br 57

Door de goede ervaringen die men met de vijfvoudig gekoppelde goederentreinlocomotief met losse tender van het type T16.1 latere serie 94.5-17) had opgedaan, bewogen de Königlich Preußische Eisenbahn Verwaltung ertoe om ook een stoomlocomotief met losse tender met deze as-opstelling in opdracht te geven.

De firma Henschel in Kassel ontwikkelde een passende locomotief, die onder de benaming G10 bij de Pruisische Spoorwegen werd ingezet.
Getrouw aan het vroegere idee van een verregaande normalisering koos men voor een ketel van het type Garbe, die al bij de Pruisische P8 (latere BR 38.10-40) zijn waarde bewezen had.
Met deze ketel bereikte de G10 een maximumsnelheid van 60 km/uur bij een geïndexeerd vermogen van 1100 pk.
De eerste locomotieven werden in 1910 aan de Preusische Staatsbahn geleverd.
Tot 1925 ontstonden er in totaal 2589 machines van het type G10, die later onder de benaming BR 57.10-35 in het bestand van de Deutsche Reichsbahn werd opgenomen.
Bij reparaties werden sommige locomotieven uitgerust met de soortgelijke ketels van het type BR 38, die echter qua aantal stoom- en zanddomen verschilden.
Na 1945 was het bestand aan locomotieven van het type BR 57.10-35 gedecimeerd.
In 1950 werden bij de DB nog maar 391 machines geteld; bij de DR waren het op 1.7.1950 nog ca. 125 machines, die allemaal bij de Reichsbahndirectie Schwerin ondergebracht waren.

Technische specificaties:

Baureihe: 57.
Indienststelling: 1910
As-indeling: E h2
Tender: 2’2T9, 2’2T12, 2’2T13, 2’2T15-5, 2’2T20, 2’2T21-8, 2’2T31-5
Gewicht: 76,6T + 30,2T
Lengte: 18,91 M.
Snelheid: 60 KM
Kolenvoorraad: 7T
Watervoorraad: 21 M³
Vermogen: 1100 PSi

Model: Roco 43230, 62231