Br 61

De twee locomotieven van de baureihe 61 werden ontwikkeld door de Duitse locomotief industrie als voorspan van de fameuze Henschel-Wegmann-Zug.
Dit om naast de snel opkomende SVT dieseltreinstellen een capabele getrokken sneltrein te promoten.
De baureihe 61 omvat twee door Henschel voor de DRG ontwikkelde sneltrein tender-lokomotieven met stroomlijn bekleding die onderling nogal wat verschillen hadden met elkaar.

De Henschel-Wegmann werd tussen Berlijn en Dresden ingezet en had voor de 176 km lange verbinding 102 minuten nodig.
Dit ging niet altijd zonder problemen.
Door de stroomlijnbekleding werd het drijfwerk nogal heet wat vaak tot stilstand leidde.
Dan moest deze afkoelen om daarna weer verder te kunnen rijden.
Bij de baureihe 01.10 en 05 kon men nog met open rolluiken rijden, maar de baureihe 61 had deze rolluiken niet.
Mede door de vele storingen waren de locs 01.102 en 03.123 daarom voorzien van Scharfenberg-koppelingen zodat deze locs als reservelocomotieven konden dienen voor de 61.001.
Na enkele aanpassingen waren een aantal problemen deels opgelost zodat men de baureihe 61 vaker kon inzetten.
Bij proefritten behaalde men 185 Km per uur.

De 61.001 werd in 1935 in dienst gesteld en viel direct op door de stroomlijn en de crème/violette kleurencombinatie.
De trein werd op 13 juni 1936 in de dienstregeling opgenomen en kwam te rijden tussen Berlin Anhalter Bf en Dresden Hbf, heen als D53/54 en terug als D57/58.
De dienst stopte echter toen de tweede wereldoorlog uitbrak op 1 september 1939.
De 61.002 werd pas in 1939 in dienst gesteld omdat in de bouw de tegenvallende resultaten van de 61.001 werden meegenomen.
In tegenstelling tot de 61.001 had de 61.002 een 3 cilinder aandrijving en grotere kolen en waterkasten waarbij om het extra gewicht te compenseren het achterste loopstel van 3 assen werd voorzien.
Eén en ander bleek noodzakelijk om het op tijd rijden van de Henschel-Wegmann-Zug te garanderen.
Door het uitbreken van de tweede wereldoorlog heeft de 61.002 nauwelijks in de gewone dienstregeling gereden.

Omdat veel reizigers gebruik maakte van de snelle verbinding werd er besloten nog een extra wagon in de trein op te nemen.
Deze is in 1939 gebouwd en zover ik weet maar enkele keren ingezet.
Op een foto met de 61.002 nog in crème/violette kleurencombinatie is de 5e wagon te zien.
In het verloop van de oorlog reden de beide locs in een grijze kleurstelling met witte bies rond, maar konden ze mede door alle oorlogshandelingen nooit meer hun status als sneltreinlocomotief behouden.

Na de oorlog verbleef de 61.001 bij de Bundesbahn in Bielefeld en werd daar nagekeken en gerepareerd waarbij de stroomlijnbekleding deels werd verwijderd.
Loc 61.001 is na een ongeval in 1952 buiten dienst gesteld.

Ook de 61.002 overleefde de oorlog.
Na de oorlog verbleef zij echter in Berlijn bij de Ost Deutsche Reichsbahn waar zij tot 1958 werd ingezet.
Daar werd bij de loc een deel van de stroomlijnbeplating verwijderd en werd deze zwart met een dubbele witte bies geschilderd.
In 1961 is deze loc in Raw Meiningen omgebouwd in een 2’C1’ h3 sleeptender locomotief en ingezet met het nummer 18 201, die nu nog steeds als museumloc dienst doet.

 

Technische specificaties:

Baureihe: 61.
Indienststelling: 1935-1939
As-indeling: 2’c’2, 2’c’3
Gewicht: 129,5 / 146,3 T
Lengte: 18,45 / 18,82 M.
Snelheid: 175 KM
Vermogen: 1500 PSi / 1980 PSi

Model: Trix 21245 – BR 61.001 met 4 wagons