Br 64

In de twintiger jaren was een groot deel van de tenderloks ten behoeve van het personenvervoer al behoorlijk op leeftijd.
Daarom werd besloten een opvolger te bouwen volgens het nieuwe Einheits type plan van de DRG.
Voor de inzet op zijlijnen moest de as-last op 15 ton begrenst blijven maar met aandrijfwielen met een diameter van 1500 mm en een max snelheid van 90km/h ook te gebruiken zijn op hoofdlijnen zonder het ander verkeer te storen.

Het concept van de nieuwe lok was tevens de mogelijkheid om onderdelen en bouwgroepen te ontwikkelen om die tevens te kunnen gebruiken bij andere 15 ton machines zoals de BR24 en 86.
Het ontwerp voor de 64 werd een gemeenschappelijk project van het Vereinheitligungsburo en het Zentral-ambt der Deutsche Reichsbahn.
Een eerste serie van zeven machines werd in 1928 door Borsig geleverd tegen een prijs van 103.000 Reichsmark.
Tot het einde van 1940 werden 520 machines in dienst gesteld.
Aan de bouw van de BR64 namen alle Duitse lokomotieffabrikanten deel behalve de Berliner Masch.AG en de Firma Hohenzollern.
Door de lange levertijd kwam het tot diverse aanpassingen en verbeteringen zoals nieuwe injectoren en voor-verwarmers.
Tevens werden de machines met diverse types remmen uitgerust maar kreeg het grootste deel eenzijdig werkende remmen op de aandrijfwielen.
Een verandering trad ook op in de totale lengte die vanaf de 64 368 van 12 400 op 12 500mm gebracht werd.
Het merendeel der machines was uitgerust met geklonken waterkasten waarbij tevens een derde onder de kolenbak werd aangebracht.
Bij latere leveringen na het midden der dertiger jaren en bij grote onderhoudswerkzaamheden werden de zijwaarts gelegen waterkasten gelast.
Tijdens de tweede wereld oorlog gingen er veel 64 verloren of bleven achter in voormalig bezette gebieden.

In 1950 stond de nieuwe DB 275 machines ter beschikking die voornamelijk op zijlijnen in zuid Duitsland werden ingezet.
Tot het einde van 1958 bleef het aantal machines in dienst onveranderd.
Aan het begin van de zestiger jaren trad het grootschalige uitdienst stellen van loks in en op 1 januari 1968 bevonden er zich nog 82 machines in het bestand waarvan er zeven al door de werkplaatsen terzijde waren gezet in afwachting van.
Met de 64 415 en 419 gingen dan in 1974 de laatste BR 64 op het afstelspoor.
In het Oost Duitse deel vielen er 1950 129 machines de DR ten deel nadat de Poolse en Tsjechische spoorwegen een aanzienlijke hoeveelheid 64jes terug gaven.
Twintig jaar later waren daar 88 van over.
Net als bij de DB gingen bij de DR in 1974 de laatste machines uit dienst en een paar reserve machines bleven over.
Met totaal 19 museum en monument machines is de 64 aanzienlijk vertegenwoordigd in Duitsland als ook in het buitenland. Enkele machines zijn volledig inzetbaar en worden bij diverse musea ingezet.
Het oudste nog bestaande exemplaar (BR64 006 uit 1928) staat als monument voor de voormalige lokloods te Elmstein.
Met de 64 007 is een tweede machine van de eerste bouwserie bewaard gebleven in het Verkehrsmuseum te Dresden.

Technische specificaties:

Baureihe: 64.
Indienststelling: 1928
As-indeling: 1’C 1 h2
Gewicht: 75,2T
Lengte: 12,50 M.
Snelheid: 90 KM
Kolenvoorraad: 3T
Watervoorraad: 9 M³
Vermogen: 950 PSi

Model: Roco 62205