Br 93

Voor het gebruik op de Berlijnse ring, stad en voorstedelijke trajecten werd in 1912 door de firma Henschel een 1´D´1 locomotief als T14 geleverd.
Deze locomotief bleek te zwak en werd verder ontwikkeld en verbeterd door de firma Union uit Königsberg.
In 4 jaar tijd en na het oplossen van diversen kinderziekte beschikte de Pruisische staatsbanen over 574 locomotieven van deze baureihe.

De staatsspoorwegen van Elzas Lotharingen bestelden eveneens 40 van dezelfde machines.
Ondertussen was de eerste wereldoorlog afgelopen en moesten er in totaal 147 locomotieven van deze baureihe aan de geallieerden afgegeven worden.
In 1920 werd de DRG gevormd en werden er 408 opgenomen in het loc-bestand en ingedeeld als Baureihe 93.
Wanneer in 1939 de tweede wereldoorlog uitbreekt komen er nog eens 40 machines terug uit de voormalige geallieerde landen.
De machines werden hoofdzakelijk als goederenloc´s gebruikt, en zo af en toe in de reizigersdienst.
In 1950 werden tijdens de vorming van de DB nog 158 machines aanwezig en de laatste zijn in 1960 buiten dienst gesteld, bij de Oostduitse DR deden tot 1971 nog 160 machines dienst.
Als enigste van de eerste serie is de 92 230 nog overgebleven in het verkeersmuseum in Dresden.
Van de tweede serie, de T14.1 zijn er 768 gebouwd, en ook zij werden bij de DB in 1968 buiten dienst gesteld, waarbij de 93 526 in het Duitse stoomlocomotiefmuseum in Neuenmarkt Wirsberg terecht kwam.
Bij de DR is de laatste machine in 1972 buiten dienst gesteld.

Technische specificaties:

Baureihe: 93.
Indienststelling: 1914
As-indeling: 1’D’1 h3
Gewicht: 101 T
Lengte: 14,50 M.
Snelheid: 70 KM
Kolenvoorraad: 4,5T
Watervoorraad: 14 M³
Vermogen: 1000 PSi

Model: Roco 63256