Br V188

In 1936 werd aan de firma Krupp opdracht gegeven een zwaar spoorweggeschut te ontwikkelen.
Bijna gelijktijdig aan deze opdracht voor het spoorweggeschut Gustav en Dora werd een dieselloc ontwikkeld die deze zware transsporten moest kunnen voortbewegen.

Er werd voor een dieselloc gekozen omdat stoomlocs ook bij stilstand nog steeds water en kolen verbruiken, en dat was op vele plaatsen niet onbeperkt voorhanden.
Een andere reden was dat de stoomloc’s door hun rookpluimen veel eerder zichtbaar waren.
Begin 1942 waren de kanonnen inzetbaar en werden naar het oostfront getransporteerd om daar Russische doelen te gaan beschieten.
Delen van de kanonnen werden door stoomlocs serie 50 naar het front gereden waarna het daarna volledig opgebouwde geschut op een dubbel-sporige baan verder werd voorbewogen door de D311 / V188.
Bij de beschietingen op Sebastopol waren er dus 2 locs nodig.
Deze waren in het groen/grijs met camouflage tussen de daar opgebouwde aarde muur gestationeerd om als het nodig was het geschut te verplaatsen.
Een aantal machines heeft de oorlog in delen overleefd en zijn later weer tot een rijdende eenheid samengevoegd.
Na het einde van de oorlog is er een complete loc in Nederland achtergebleven en heeft hier een korte tijd ook dienst gedaan met een NS nummer.
De loc is na een poosje weer teruggegeven aan de West-duitse spoorwegen.
Één locomotief heeft nog tot begin jaren 70 in West Duitsland dienst gedaan en is pas in 1973 gesloopt.

Technische specificaties:

Baureihe: D311 / V188.
Indienststelling: 1940-1942
As-indeling: Do’Do
Gewicht: 75T + 75T
Lengte: 22,51 M.
Snelheid: 75 KM
Vermogen: 896 KW

Model: Trix 22541, Lima 208525