Henschel Wegmann Zug

Na de komst begin jaren dertig van de SVT diesel treinstellen in het sneltreinverkeer zag de locomotieven-industrie dit als een bedreiging voor de afzet van haar stoomlocomotieven.
Mede omdat de intrede van de SVT meteen een groot succes was, werd er besloten om een goede tegenhanger te ontwikkelen met een losse locomotief en een aantal luxe wagons.

Aangezien er altijd verschillende meningen waren over wat nu het beste was, een treinstel of een getrokken trein, ontwikkelde de locomotief industrie de Henschel-Wegmann-Zug.
Deze bestond uit een door Henschel ontworpen locomotief baureihe 61 en de door de rijtuigfabriek Wegmann gebouwde vier gestroomlijnde rijtuigen.
De 2’C2 stroomlijntenderlocomotief had een twee cylinder aandrijving en 20 bar keteldruk die de 130 t zware uit vier rijtuigen bestaande trein met 175 km/u moest kunnen voortbewegen.
De speciaal voor deze trein door Wegmann ontworpen rijtuigen waren ook van speciale makelij en hadden net als de locomotieven een crème/violete kleurencombinatie.
De locomotief werd met een scharfenberg koppeling met de rijtuigen verbonden en omdat de 61 001 nog wel eens met storingen kampte waren de locomotieven BR 01 102 en 03 123 daarom ook voorzien van deze koppelingen zodat deze als reservelocomotieven konden dienen.
De 61 001 werd in 1935 in dienst gesteld en viel natuurlijk direct op door de stroomlijnbeplating en kwam midden 1935 voor testritten naar het LVA Grundewald.

De trein werd op 13 juni 1936 in de dienstregeling opgenomen en kwam te rijden tussen Berlin Anhalter Bf en Dresden Hbf, heen als D53/54 en terug als D57/58.
Deze rit van 176 km werd in ongeveer 100 minuten afgelegd.
Een nadeel van de locomotief was de geringe watervoorraad en de alleen pas bij hogeren snelheden rustige loop.
In 1939 leverde Henschel een tweede loc in deze serie, de 61 002 en deze loc was op een aantal punten anders dan de 61 001.
Zo had de 61 002 een “drie cylinder” drijfwerk en was het achterste loopdraaistel drieassig, dat de van 17 naar 21 m3 vergrote watervoorraad droeg.
De beide locs konden vooruit en achteruit even hard rijden, dit had als voordeel dat de locs in de kopstations niet gedraaid hoefden te worden.
De 61 002 kwam pas in 1939 in dienst, en door het uitbreken van de tweede wereldoorlog te laat om nog serieus in de reizigersdienst te worden ingezet.
Het verhaal gaat dat er later ook nog een vijfde wagon is geleverd, maar helemaal zeker is dat niet.
Wel is er een foto waar op de 61 002 staat met daarachter een te lange trein voor 4 wagons.

 

hwz 02 2018

De 61 001 is na de oorlog terecht gekomen bij de west duitse Bundesbahn en werd na een revisering bij de DB ingezet bij de treinstellen in het Bw Hannover en Bielefeld.
In 1952 is deze locomotief buiten dienst gesteld na een ongeval.
De rijtuigen waren wel behouden, werden blauw gespoten en ingezet voor de Blauer Enzian tussen Hamburg en München.
De 61 002 had de oorlog ook overleeft en werd ingedeeld bij de oost duitse Reichsbahn en was de locomotief voor de trein van verkeersminister Kramer.
In 1961 is deze loc ontdaan van zijn stroomlijn beplating en in Raw Meiningen omgebouwd naar een 2’C1’ h3 sleeptender locomotief met nummer 18 201.
Deze locomotief rijdt nu nog steeds en is op dit moment de snelste nog rijdende stoomlocomotief ter wereld.

Technische specificaties:

Serie
Bouwjaar
Aantal
Lengte
in mm
Zitplaatsen
Rijtuignummer
(vanaf 1930)
Opmerkingen
SBC 4ü-35 1935 1 22 195 60 10 401 kopwagon
SBC 4ü 1935 2 21 560 68 10 402, 10 403  
SWRPwPost 4ü 1935 1 22 195 23 10 404 met keuken


Modellen:
Trix 21245 – set met 61 001 en 4 wagons
Lima 149790 – set met 61 001 en 4 wagons