Seinhuizen

Bij het ontstaan van de spoorwegen waren er nog niet veel aansluitingen met andere lijnen en was het mede door de grote van de stations en emplacementen nog niet nodig dit op een centrale plek te regelen.
Maar door de groei van het spoorwegnet en toename van het aantal treinen werd het na verloop van tijd dat wel centraal te gaan regelen.

Bij de grote en later ook de middelgrote en kleinere stations verschenen seinhuizen, die er voor zorgde dat alle treinen in de goede richtingen geleid werden.
Op de grotere stations stonden er vaak 2 of meer aan beide zijde van het emplacement om de aankomende treinen naar de goede perrons te sturen en de vertrekkende treinen naar de goede bestemming te leiden.
Deze seinhuizen konden via telefoon verbindingen en voor de grotere afstanden via de telegraaf met elkaar communiceren.
In deze seinhuizen stonden dan ook vaak hele rijen hefbomen, die via een staalkabel de juiste wissels en seinen in de goede stand konden zetten.
Rondom het station of emplacement was het dan ook boven of ondergronds in kabelgoten een wirwar van staalkabels voor de bediening van deze wissels en seinen.
In de jaren twintig van de vorige eeuw ontwikkelde de technieken zich en werd de door een staalkabel aangedreven wissel vervangen door een elektrische versie.
Men kon dan vanuit het seinhuis via knoppen de juiste wissel bedienen en de stand werd dan aangegeven op een groot paneel.
Maar door de crisis eind jaren twintig en de grote van zo’n project was het financieel toen nog niet op te brengen om dit op grote snelheid uit te voeren en zo bleef jaren lang de mechanische wissel bestaan met bijbehorende seinhuizen met rijen grote hefbomen.
Toch verschenen er op een aantal grote stations vernieuwde seinhuizen met indrukwekkende rijen knoppen en elektrotechniek om alle wissels en seinen in de juiste standen te kunnen zetten.
Natuurlijk bleef het mensenwerk en ging het wel eens fout met kleine en ook grote ongelukken tot gevolg.
Het beroep van wisselwachter was er dan ook één met grote verantwoording.
Mede door de inzet van deze mensen konden de spoorwegen in de jaren 20, 30 en 40 hun diensten uitvoeren.
De toenmalige seinhuizen waren er in vele bouwvormen, een echte standaard bestond er niet.
Zo bestonden er versies van beton en staal die over een aantal sporen gebouwd waren maar ook landelijk ogende bouwwerken met mooie versieringen.

Na de tweede wereldoorlog moest het spoorwegnet in Europa dusdanig hersteld worden en werden de modernere elektrotechnische technieken meteen doorgevoerd.
Het beroep van wisselwachter veranderde daardoor dusdanig dat er minder mensen nodig waren om alles te bedienen.
Toch blijven er ondanks computers en moderne technieken ook nu nog mensen nodig om alles in goede banen te leiden, al is de charme van het beroep van de voormalige wisselwachters wel verdwenen.