Seinstelsel DRG/DRB

Signaalboek van 1. April 1935 Dienstvoorschrift (DV) 301


     

Hoofdsignalen

Hoofdsignalen
Opstelling: rechts naast of in het midden van het bijbehorende spoor.
Is daar geen opstelling mogelijk dan wordt extra het kenteken K2 gebruikt.

De afstand van het signaal tot aan het spoor bedraagt 3,1 meter op hoofd en zij sporen.
Bij stations en aansluitsporen bedraagt deze 2,2 meter.
Bij 2 traject hoofdsignalen is een afstand van 2,2 meter voldoende aan beide zijden.
Kan deze afstand niet met normale middelen aangehouden worden, dan worden hoofd en voorsignalen op bruggen of op een uitbouw geplaatst.
Het signaaldraaipunt van de bovenste signaalvleugel bevind zich 8 tot 10 meter boven het railoppervlak.
Signaal
Naam
Betekenis
Nachtsignaal
Hp0
Stop
M-Bord Een kenteken voor hoofdsignalen in de blokkeerstand waar met mondelinge toestemming voorbijgereden mag worden.
 
Hp1
Doorrijden.
Hp2
Doorrijden met snelheidsbeperking tot 40 Km/u of anders aangegeven snelheidsbeperking.
Hp3
Doorrijden met snelheidsbeperking als Hp2, maar voor een ander traject als door Hp2 aangegeven.

Voorsignalen

Voorsignaal
Opstelling: rechts naast het spoor, waarbij het bord zich op ooghoogte van de machinist bevind.
De afstand tot het hoofdsignaal hangt af van de remweg en bedraagt normaal op hoofdtrajecten 1000 meter en op zijtrajecten 750 meter.
Het voorsignaal is met het hoofdsignaal dermate verbonden dat beide signalen tegelijk van signaalbeeld veranderen, of dat de signalen Vo2, Vz2 en Vz3 eerst aangegeven worden als het hoofdsignaal het bijbehorende signaalbeeld geeft.
De standplaats van het voorsignaal wordt door het kenteken K3o of K3z aangegeven en wordt door het voorsignaalbaken K4 aangekondigd.
Signaal
Naam
Betekenis
Nachtsignaal
Vo1
Het hoofdsignaal geeft stop aan.
Vo2
Het hoofdsignaal met 2 of 3 vleugels geeft doorrijden aan.
Vz1
Het hoofdsignaal geeft stop aan.
Vz2
Het hoofdsignaal met 1 vleugel geeft doorrijden aan.
Vz3
Het hoofdsignaal met 2 of 3 vleugels geeft doorrijden aan.

Rijverbod & Rijtoestemming

Rijverbod & Rijtoestemmingsignalen
Signaal
Naam
Betekenis
Nachtsignaal
Ve1
Stop!
Ve2
Voorstopbord, signaal Ve1 is te verwachten.
Ve3
Stop! rijverbod.
Ve4
Stop rijverbod opgeheven.
Ve5
Vervangingssignaal- Aan een blokkerend hoofdsignaal zonder schriftelijke opdracht voor bij te rijden.
Ve7
Waterkraansignaal – Doorrijden niet toegestaan.
Overdag is de positie van de waterkraan bepalend.
s’Nachts wordt een lantaarn gebruikt die als de kraan in de rijrichtings staat wit licht aangeeft en als de kraan dwars staat en het spoor blokkeert rood licht geeft.

Blokeersignalen

Blokkeer & Wachtsignalen
Signaal
Naam
Betekenis
Nachtsignaal
Sh2
Stop!
Sh3
Voorstopbord, het stopbord is te verwachten.

Snelheidbeperkingen

Snelheidsbeperkingsignaal
Signaal
Naam Betekenis
Nachtsignaal
Lf1
Snelheidsbeperkingsignaal, op het volgende meest door een voorbord en eindbord aangegeven traject mag de op het bord aangegeven snelheid niet overtreden worden.
De toegestane snelheid word aangegeven in 10 Km/u of een veelvoud daarvan.
Lf2
Voorbord snelheidsbeperking op het aangegeven traject.
Het bordt staat rechts naast het spoor.
Op een enkelvoudig spoor staat op de achterzijde het signaal Lf3.
Het signaal kan verlicht zijn.
Lf3
Eindbord snelheidsbeperking op het aangegeven traject.
Het bord staat op een enkelvoudig traject links en op meervoudig trajecten rechts.
Het signaal word bij meersporige trajecten verlicht als het op het signaal Lf1 aangegeven nummer hoger dan 4 is.

Bouwploeg signalen

Bouwploeg waarschuwingssignaal
(Buiten het aangegeven bord zijn er meerdere acoustische waarschuwingssignalen)
Signaal
Betekenis
De richting van het vlaggenbord geeft aan aan welke zijde men bij het horen van acoustische signalen het spoor dienen te verlaten. Opstelling 3 meter van het spoormidden.
Bij grotere bouwprojecten word er om de 30 meter een vlaggenbord opgesteld.

Signaal opduwende locomotieven

Signalen voor opduwende locomotieven
Signaal
Naam Betekenis Nachtsignaal
Ts1
Het opduwen is te beëindigen. Het signaal kan verlicht zijn.
Ts2
Halt voor terugkerende opduwlocomotieven.
Opstelling: voor de stationsingang links van het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.
Ts3
Doorrijden voor terugkerende opduwlocomotieven.
Opstelling: voor de stationsingang links van het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.

Signalen voor elektrisch bedrijf bovenleiding

Signalen voor elektrisch bedrijf met bovenleiding
Signaal
Naam Betekenis Nachtsignaal
El1
Uitschakelsignaal – Locomotief dient uitgeschakeld te worden.
Opstelling: rechts van het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.
El2
Inschakelsignaal – Locomotief mag ingeschakeld worden.
Opstelling: rechts van het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.
El3
Stroomafnemer neer signaal.
op de achterzijde van het bord is het signaal E15 aangebracht.
Opstelling: rechts van het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.
El4
Stroomafnemer neer voorsignaal, E13 is te verwachten.
Opstelling: rechts van het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.
El5
Stroomafnemer op signaal.
Opstelling: bij dubbelspoor rechts van de rails en bij enkelspoor links.
Het signaal kan verlicht zijn.
El6
Stop voor materieel met stroomafnemers.
Opstelling: rechts of boven het spoor.
Het signaal kan verlicht zijn.

Wisselsignalen

Wisselsignalen
Deze signalen bestaan normaal uit lampenkasten bij de wissels die s’nachts verlicht zijn.
Signaal
Naam Betekenis
Wn1
De wissel staat rechtdoor, bij binnenboogwissels de zwakste afbuiging.
Wn2
De wissel staat op de afbuiging, bij binnenboogwissels op de sterkste afbuiging.
Wn3
De wissel staat op het afbuigende spoor bij enkele wissels.
Wn4
De wissel staat op het afbuigend spoor bij buitenboogwissels.
Wn5
De dubbele kruiswissel staat rechtdoor van links naar rechts.
Wn6
De dubbele kruiswissel staat rechtdoor van rechts naar links.
Wn7
De dubbel kruiswissel staat in afbuiging van links naar links.
Wn8
De dubbel kruiswissel staat in afbuiging van rechts naar rechts.

Rangeerdienst

Signalen voor de rangeerdienst
(Buiten de aangegeven signalen zijn er meerdere acoustische en met de hand te geven rangeersignalen.)
Vormsignaal
Naam
Lichtsignaal
Naam Betekenis Nachtsignaal
Ra6
Ra106
Stoppen, afduwen verboden. De witte balk in het signaal is verlicht.
Ra7
Ra107
Langzaam afduwen. De witte balk in het signaal is verlicht.
Ra8
Ra108
Met matige snelheid afduwen. De witte balk in het signaal is verlicht.

Signalen voor en van het materieel

Signalen voor en van het materieel
Signaal
Naam Betekenis
Nachtsignaal
Zg1
Standaard frontsein.
Zg2
Tegengesteld rijdend materieel frontsein.
Zg3
Standaard sluitsignalen.
Zg5
vereenvoudigd sluitsignaal.
Positie ter hoogte van de buffers.
Dit signaal mag gevoerd worden door enkelrijdende locomotieven, personentreinen tot 12 assen, goederentreinen tot 30 assen, treinen op zijtrajecten en gemotoriseerde treinstellen.
Zg7
Een speciale trein komt uit tegengestelde richting.Dit signaal werd in 1940 afgeschaft.

Signaal aan enkel materieel

Signalen aan enkel materieel.
Signaal
Naam Betekenis Nachtsignaal
Kl
Korte trein signaal Op een enkelvoudig spoor voor en achter rood licht, en op dubbelspoor voor wit en achter rood licht. Bij het berijden van de verkeerde rail voor en achter rood licht.
Fz1
Rangeer locomotief signaal.
Kentekens voor rangeerlocomotieven aan beide zijde tijdens rangeerritten.
Voor en achter wit licht, in plaats van het voorste licht mag ook frontsignaal Zg1 gevoerd worden.
Fz2
Gele vlag.
Aanduiding voor met personen gevulde slaap, restauratie, bahnpost en gevangenen wagons in stilstand.
Er zijn 2 vlaggen aangebracht aan beide langszijden van de wagons.
Bei Bij nacht worden de wagons duidelijk herkenbaar van binnen verlicht.
Fz3
Kruitvlag.
Aanduiding voor met explosieven geladen wagons.
Er zijn 2 vlaggen aangebracht aan de langszijde of kopzijde.
Fz4
Gifvlag.
Aanduiding voor met gif beladen wagons.
Er zijn 2 vlaggen aangebracht aan de langszijde of kopzijde.

Aanduiding voor hoofd en zijtrajecten

Aanduidingen voor hoofd en zijtrajecten.
Signaal
Naam Betekenis Nachtsignaal
Een hoofdsignaalmast zonder vleugel.
K1
Aanduidingsmast: Bij de mast staande hoofdsignalen gelden niet voor het spoor waarnaast de aanduidingsmast staat. Een witte lantaarn bevind zich in de masttop.
K2
Schaakbord: Het hoofdsignaal staat niet dicht rechts of boven de rails.
Als er voor de hoge uitvoering geen plaats is word de lage uitvoering gebruikt.
Het signaal kan verlicht zijn.
K3o
Voorsignaalbord.
Aanduiding voor de standplaats van een voorsignaal zonder beweegbaar deel.
Niet verlicht.
K3z
Voorsignaalbord.
Aanduiding voor de standplaats van een voorsignaal met beweegbaar deel.
Niet verlicht.
K4
Voorsignaalbaken: Een voorsignaal is te verwachten.
Opstelling rechts naast het spoor.
Afstand tussen de bakens 75 meter, en bij slecht zicht tot 5 bakens, maar in de regel 3.
De afstand van het eerste baken tot het voorsignaal bedraagt 100 meter.
Bij weinig ruimte kunnen kleine vierkante bakens gebruikt worden.
Alleen in tunnels verlicht.
K5
Snelheidsbegrenzingsbord: Er volgt een traject waar de op het bord vermelde snelheid langdurig van toepassing is. Niet verlicht.
K7a
Acoustisch signaal bord: Het acoustisch signaal dient gegeven te worden.
Opstelling: rechts naast de rails 200 meter voor de gevarenzone en direct voor tunnels.
Bij zijtrajecten mag het niet voor spoorovergangen gebruikte worden.
Niet verlicht.
K8a
H Bord: Het materieel dient met de voorzijde bij het bord te stoppen. Het signaal kan verlicht zijn.
K8b
H Bord: Het materieel met stroomafnemers dient met de voorzijde bij het bord te stoppen. Niet verlicht.
K9
Haltebord: Een halte is te verwachten
Opstelling: rechts naast de rails in remwegafstand van het haltepunt, 700 tot 1000 meter bij hoofdtrajecten en bij zijtrajecten 150 meter.
Niet verlicht.
K10
Rangeerstopbord: Na dit bord mag niet gerangeerd worden. Niet verlicht.
K11
Wachtbord: Opdracht tot rangeren afwachten. Het bord kan verlicht zijn.
K12
Grensbord: Aanduiding van hoe ver een spoor bezet kan worden zonder dat het andere sporen hinderd. Opstelling: Daar waar de ruimte tussen de spoormidden 3,5 meter is. Niet verlicht.
Vaste objecten in de omgeving van het spoor dienen tussen de 1000 en 3500mm door een witte verfaanduiding aangegeven te worden als er buiten het treinprofiel niet minstens 200mm vrije ruimte is.
K13
Gevarenaanduiding: Aanduiding van vaste objecten die door de te dichte afstand van het spoor personen in gevaar brengen.Deuren van locomotief en wagonloodsen worden niet aangeduid. Niet verlicht.
K17
Schuifbord voor de sneeuwruimer heffen. nicht beleuchtet
K18
Schuifbord voor de sneeuwruimer laten zakken. Niet verlicht.
Aanduidingen.
Deze aanduidingen worden gebruikt op zijtrajecten, zijn niet verlicht en staan rechts van het spoor.
Signaal Naam Betekenis
K6
Hoekbord: De door K5 aangegeven snelheidsbeperking dient aangehouden te worden.
K7b
Belbord: men moet bellen.Als tussen de standplaatsen van één der borden K7b, K7c of K7d en de wegovergang treinen planmatig stoppen moeten dan word de aanduiding na de stopplaats van de trein herhaald.
K7c
Het bel en acoustisch bord: Er dient gebeld en een waarschuwingssignaal gegeven te worden.
K7d
Het doorbel beginbord: Er dient doorgebeld te worden tot het bord K7e aangegeven te worden.
Opstelling: minstens 100 meter, hoogstens 350 meter voor de eerste van meerdere in korte afstand elkaar volgende niet bewaakte wegovergangen.
K7e
Het doorbel eind bord: het bellen dient te stoppen.
K15
Trapezebord: Aanduiding van een plaats waarbij niet aanwezig zijnde inrijsignalen treinen voor het station dienen te stoppen.
K16
Kruisbord: Het kruisbord geeft aan dat bij een niet aanwezig voorsignaal een hoofdsignaal te verwachten is.
Opstelling: Rechts van het spoor, 400 meter voor het bijbehorende hoofdsignaal.