Spoorwegovergangen

Al vanaf het ontstaan van het spoor moesten er wegen gekruist worden en daarbij had de trein meestal voorrang.
In de jonge jaren van de spoorwegen was het verkeer natuurlijk nog niet echt druk, maar moesten voetgangers er paardenkarren wel gewaarschuwd worden als er een trein aan kwam.
Dat ging toen nog niet echt snel en werd er bij kruisingen afgeremd en de stoker waarschuwde dan met vlagsignalen dat er een trein moest passeren.

Langzaam aan werd het verkeer op de weg en het spoor drukker en moesten er meer maatregelen genomen worden.
Omdat de treinen ook steeds sneller gingen rijden werd besloten dat deze altijd vrije doorgang moesten hebben en het wegverkeer dus moest wachten.
De verkeersregels werden aangepast en bij de spoorkruisingen werden bij onbewaakte overgangen waarschuwingsborden neergezet.
Het wegverkeer moest dan zelf goed opletten of er een trein naderde.
In de landelijke gebieden gaf dat door het minder drukke treinverkeer nauwelijks problemen, al werd een passerende herder met zijn kudde nog wel eens verrast door een naderende trein.
Op de drukkere trajecten werden later buiten de waarschuwingsborden ook spoorbomen met een bel installatie geplaatst.
Deze werden nog handbediend en daarvoor was dus personeel nodig, wat natuurlijk een kostenpost was.
Die baanwachters kregen meestal van de spoorwegmaatschappijen een kleine woning langs het spoor aangeboden en werkte daarvoor tegen een lager tarief.
Vaak waren man en vrouw bezig met het bedienen van de signalen en slagbomen, wat in veel gevallen dus een dag en nacht baantje was.
Tussen de bedrijven door was er dan vrije tijd om andere werkzaamheden of het huishouden te doen.
In de grotere steden zorgde het drukke treinverkeer wel eens voor verkeersopstoppingen als er bij de overgangen wel meerdere treinen moesten passeren.
Vaak bleven de spoorbomen dan gesloten en stonden er vele voetgangers, fietsers en auto’s voor de spoorbomen te wachten.
Een enkele voetganger of fietser waagde dan nog wel eens een kans om tussen de naderende treinen de spoorwegovergang te passeren.
In de steden werd er daarom ook steeds vaker een flexibel hekwerk onder de spoorbomen gemonteerd waardoor voetgangers er niet meer onder door konden kruipen.
Toch ging ook hier de automatisering verder en werden in de loop der jaren de installaties geëlektrificeerd en verdween ook het vaak van de baanwachter.