SVT Berlin

Na de zeer succesvolle inzet van de SVT treinstellen type “Hamburg”(tweedelig) en “Köln” (driedelig) werd er in 1938 ook een 4 wagenstel ontwikkeld en gebouwd.
Deze treinstellen type “Berlin” kwamen bijna gelijktijdig met de type “Köln” op de baan en waren gebouwd door MAN.
Zo ontstond bij MAN in Nürnberg in 1938 een SVT voor 160 km/u met dieselelektrische aandrijving maar die van constructie afweek van de andere SVT’s.

Ook al had de inzet van SVT’s met snellopende dieselmotoren bij de DRG zich beproefd, er gingen stemmen op om langzaam lopende dieselmotoren te gaan gebruiken waarmee ook al ervaring was opgedaan.
Dit treinstel kreeg zo’n motor en bestond uit een aparte motorwagen met post en bagage afdeling, 2 tussenwagons en een wagon met stuurstand.
De motorwagen week wat betreft zijn constructie af van de andere SVT treinstellen.
Het onderstel van deze motorwagen was gelijktijdig het draagraam voor de dieselmotor.
De cabine was van buiten via een klapdeur toegankelijk, achter de cabine lag de machineruimte met de hoofd en de hulpdieselmotor en de koeling, daarachter lag de bagageruimte en de afsluitbare postruimte.
De bagageruimte met een oppervlakte van 3 m2 had aan beide zijde een dubbele klapdeur, de postafdeling had aan beide zijde een enkele klapdeur.
De tussenrijtuigen en het stuurrijtuig waren gebouwd volgens een spantenbouwwijze met gelaste profielen, veel aandacht werd er besteed aan de constructie van de buitenkanten.
De rijtuigovergangen werden geconstrueerd met vouwbalgen, waarbij over de binnenste nog eens balgen werden aangebracht om een zo vlak mogelijke zijkant te krijgen, en om luchtwervelingen tussen de rijtuigen tegen te gaan.
Door middel van Scharfenberg koppelingen waren de beide tussenrijtuigen en het van een motor voorziene stuurrijtuig met de motorwagen gekoppeld.
Over een zevenpolige stuurleiding die via de Scharfenberg koppelingen liep was het mogelijk om met meerdere gekoppelde treinstellen te rijden.
Alleen moest in het tweede treinstel wel iemand aanwezig zijn in de machineruimte omdat niet alle functies vanuit het voorste treinstel konden worden bediend.
Voor de communicatie tussen het personeel diende een intercom en een interne telefoonlijn.

De motorwagen had een 8 cylinder 972 Kw sterke dieselmotor en een hulpmotor van 110 Kw en kon een topsnelheid van 160 Km/u halen.
Deze dieselmotor had een draaital van 700 omwentelingen per minuut, wat een rustige loop gaf.
In deze periode hadden de meeste vergelijkbare motoren een veel hoger aantal omwentelingen, namelijk 1400 tot 1500.
De hulpmotor werd ingezet om bij noodgevallen het treinstel met een snelheid van 40 Km/u naar een vrij baanvak te leiden.
MAN bouwde 2 volledige treinstellen, de 901 en 902 a/b/c/d en een reserve motorwagen 903, om in gevallen van storing toch het treinstel te kunnen inzetten.
Het hele treinstel had 126 zitplaatsen tweede klasse en 29 in de restauratie afdeling.
Na geslaagde testritten in 1938 werden de treinstellen aan de DRG geleverd, maar door het uitbreken van de tweede wereldoorlog niet volledig meer ingezet in de sneltreindiensten.
De stellen zijn nog wel naar Frankrijk en Italië gereden, maar daar zijn de motorwagens ingezet als stroomvoorziening voor de Duitse Kriegsmarine.
Na de tweede wereldoorlog zijn tussenwagons en stuurstanden bij de DB terecht gekomen, die met nieuwe motorwagons 2 driedelige treinstellen type VT 07.5 kon samenstellen.
De DR combineerde een motorwagen met Nederlandse wagons en kon zo een 4 wagenstel samenstellen, maar is nauwelijks ingezet en daarna buiten dienst gesteld.

Technische specificaties:

Baureihe: SVT 137 “Berlin”.
Indienststelling: 1938
As-indeling: 2’Bo 2’2′ 2’2′ Bo’2
Gewicht: 230 T
Lengte: 86,75 M.
Snelheid: 160 KM
Vermogen: 1x 972 en 1x 110 KW