Vanuit de machine-technische dienst van de directies Kassel, Elberfeld, Erfurt en Frankfurt van de Preußisch-Hessischen Staatsbahn kwam in 1909 de vraag naar een sterke sneltreinlocomotief.
De Pruisische spoorwegen besloten tot de bouw van een model met drie gekoppelde assen.
De firma Schwartzkopff leverde in 1910 twee proeflocomotieven die de aanduiding S8 kregen.
Maar de locomotieven voldeden niet aan de verwachtingen zodat de constructie moest worden gewijzigd.
Het frame werd gewijzigd zodat het drijfwerk beter toegankelijk werd.
Na nog enkele veranderingen (o.a. de verhoging van de keteldruk van 12 naar 14 bar) voldeed de locomotief wel aan de gevraagde eisen.
De locomotief kreeg vanaf 1911 de aanduiding S10.
De S10 was in staat om een sneltrein van 390 t op een vlak stuk met 100 km/u te rijden, en om een stijging van 10‰ met 360 t met 50 km/u te kunnen rijden.
Totaal werden er tussen 1911 en 1914 200 locomotieven type S10 gebouwd, die vooral dienst deden in het hoogwaardige sneltreinverkeer op de hoofdlijnen.
Een speciale rol was nog weggelegd midden jaren 20 voor de 17.206.
De Deutsche Reichsbahn deed midden jaren twintig veel experimenten om het rendement van stoomlocomotieven te verhogen.
Een mogelijkheid zag men in het verhogen van de keteldruk, omdat stoom onder druk meer energie levert.
In 1925 werd locomotief 17.206 met een nieuwe ketel en nieuwe binnenste cilinders uitgerust.
Een door de Schmidtschen Heißdampfgesellschaft ontwikkelde ketel type Schmidt-Hartmann bereikte een druk van 60 bar.
Met de stoom van de lagedrukketel (14 bar) werd de hogedrukketel verwarmd tot 440 °C.
De proeven die het LVA Grunewald met deze locomotief deed, gaven toch niet het gewenste resultaat.
Het nadeel van de locomotief was het hoge kolenverbruik.
De locomotief werd in 1929 weer teruggebouwd naar de oorspronkelijke staat en in 1936 buiten dienst gesteld.
Zuinig was de baureihe 17 niet, mede door het hoge kolenverbruik begon het buiten dienst stellen van enkele onder-series al in 1935 .
Toch hebben er vele de tweede wereldoorlog overleefd en zijn de laatste pas in de jaren vijftig buiten dienst gesteld.


Baureihe: 17.
Indienststelling: 1911/1914
As-indeling: 2’C 1′ h4
Tender: 2’2T21, 2’2T21-5, 2’2T31-5
Gewicht: 77,2T + 34T
Lengte: 20,75 M.
Snelheid: 110 KM
Kolenvoorraad: 7T
Watervoorraad: 31,5 M³
Vermogen: 1170 PSi
Model: Fleischmann 4117, Trix 22522


