Br E94

Met de technische ontwikkeling van de E-locs midden jaren 30 van de vorige eeuw waren groten stappen voorwaarts gezet en een aantal nieuwe loctype waren daarvan het gevolg.
De series E18, E44 en E93 bleken goede rijeigenschappen te hebben en betrouwbaar te zijn.

In de goederendienst werd de E93 ingezet en deze loc voldeed prima, maar de Reichsbahn wilde van dezelfde serie een iets krachtiger en sneller type, die de zware treinen tegen de hellingen in het zuiden en in het in 1938 geanexxeerde Oostenrijk kon trekken.
Nog voor de serie E93 volledig was afgeleverd, werd deze in 1937 stopgezet omdat men de nieuwe ontwikkelingen meteen wou doorvoeren.
De krachtige elektrische locomotieven van de serie E94 werden door de Deutsche Reichsbahn Gesellschaft (DRG) ontwikkeld als een sterkere en snellere opvolger van de E93.
Er werden ten opzichte van de bestaande serie E93 nogal wat wijzigingen toegepast, zodat de 11 nog te leveren locomotieven een andere aanduiding kregen, de E94.
De E 94 direct is van de buitenkant te onderscheiden door de visbuikvormige en geperforeerde lange ligger van het brugframe en de andere opstelling van de zijruiten en ventilatieroosters.
Deze nieuwe locomotief die in 1940 geleverd werd, voldeed aan alle gestelde eisen, bleken zeer goed te voldoen en waren meteen erg populair bij het personeel van de Deutsche Reichsbahn.
Ook in Oostenrijk werden de locs dan ingezet en na wensen van het Oostenrijkse spoorwegpersoneel met een elektrische rem uitgerust.
De loc voldeed daar ook prima in het berglandschap en er werd besloten om de serie flink uit te breiden.
Toen de loclevering in 1942 als Kriegslocomotieven werd bestempeld, werd de E94 ook aangeduid als Kriegs-Elektro-Loc; KEL II.
(De kleinere versie, de E44 was al eerder bestempeld als KEL I.)
Aangezien de E94 als een voor oorlog belangrijke reeks (KEL 2) niet onderhevig was aan een leveringsstop, werden er 146 exemplaren van de 3300 kW sterke en 90 km / u snelle zes-assige locomotief gebouwd.
Deze werden in geheel Duitsland en Oostenrijk ingezet in de zware goederentreindienst.
Maar doordat er tegen het einde van de oorlog door de bombardementen steeds meer schade aan het spoorwegnet ontstond, en het langer duurde om ook weer de bovenleiding te herstellen werd het moeilijker om deze elektrische locomotieven te laten rijden.
Er werden op de herstelde baanvakken eerder stoomlocs ingezet, zodat het gebied waar deze locs werden gebruikt steeds kleiner werd.

Vele locomotieven van deze serie overleefden de oorlog en zelfs na 1945 werden er nieuwe locomotieven van deze serie aan de Deutsche Bundesbahn geleverd.
In Duitsland heeft de E94 tot in de jaren 80 en Oostenrijk als 1020 tot in de jaren 90 van de vorige eeuw dienst gedaan.

Technische specificaties:

Baureihe: E94.
Indienststelling: 1940-1946
As-indeling: Co’Co
Gewicht: 118,5T
Lengte: 18,60 M.
Snelheid: 90 KM
Vermogen: 3300 KW

Model: Roco 43416, 43716, 73355, 72358, Esu 31122