Straßenroller Culemeyer

In verband met de toenemende concurrentie van het wegtransport werd de DRG gedwongen om na te denken over meer mogelijkheden om goederen bij de klant af te leveren.
Het geringe aantal eigen vrachtwagens was niet voldoende om aan de grote vraag te voldoen en de klanten aan zich te binden.
Daarom werd in eerste instantie een containermodel in gebruik genomen waarmee door middel van kleine afzetbare laadbakken de waren via het spoor en daarna via de weg bij de klant kwam, het zogenaamde “von haus zu haus” concept waarbij de laadbakken zowel op wagons als ook op vrachtwagens vervoerd kon worden.

Reichsbahn ing. Johann Culemeyer, verantwoordelijk voor machinebouw bij de DRG, ontwikkelde ten behoeve van deze nieuwe uitdagingen een speciale aanhanger waarmee complete wagons over de weg naar de klant vervoerd konden worden om op deze manier klanten zonder spooraansluiting toch voor de DRG te behouden en of te winnen.
De wagons konden zo van het goederenstation over de straat naar de klant zonder spooraansluiting vervoerd worden alwaar deze de wagens kon lossen.
En natuurlijk ook andersom, men kon een lege wagon voor de deur laten brengen en laden met goederen om vervolgens richting station en over de rails naar de uiteindelijke bestemming te transporteren.
Het werd ook mogelijk om bij klanten zonder spooraansluiting wagons op het terrein te parkeren omdat de aanhangers een afzetbaar rail/raamwerk bezaten dat naar behoeve van het wielstel gescheiden kon worden zodat de klant in alle rust zijn werkzaamheden kon uitvoeren wat eigenlijk een soort tijdelijke rail voor de deur betekende.
Onder het motto “de spoorwegen in huis” maakte de DRG reclame voor dit nieuwe concept van vervoer met wagons en het vervoeren van zware en grote lasten over land door middel van deze aanhangers.
Onder de naam “mobiele aansluitrail” werd in november 1929 patent aangevraagd voor deze aanhanger welke in november 1933 werd verleend.
In april 1933 werd de aanhanger en zijn mogelijkheden officieel aan de pers voorgesteld.
De eerste van regelmatige transporten van wagons op de Culemeyers werd op 12 oktpber 1933 voor Kaiser’s Kaffee Geschäfte GmbH te Viersen begonnen en werd dit bedrijf uitgerust met een eigen afzetrail met schuiftafels en een voorziening voor het afzetten met een draaischijf.
In hetzelfde jaar volgden al gauw meerdere klanten waaronder kogellagerfabrieken en textielbedrijven.
In 1934 werd het klanten bestand door dit succesvolle concept in hoog tempo uitgebreid met diverse bedrijven waaronder Osram in Berlijn die een dubbele afzetunit kreeg, verbonden met een intern spoornet met schuiftafels in de gebouwen.
Bij de indienststelling van de Culemeyers werd van een omzet van 30 wagens per week uitgegaan, echter steeg dit na een paar weken al tot 90 wagens per week.
In 1938 had de DRG al meer dan 200.000 wagons voor 40 klanten getransporteerd.
Naast het vervoer van wagons werden de aanhangers ook steeds meer voor speciale transporten en zware transporten zoals trafo’s, ketels, grote machines, lokomotieven en staalconstructies gebruikt waardoor de DRG al vanaf 1934 de toonaangevende transporteur in deze sector was.
Om het gebruik van de aanhangers met trekkers optimaal te houden werden er in Achsersleben, Berlijn, Hannover en Viersen centra geopend van waaruit deze opereerden en de planning verliep. Voor het onderhoud van de voertuigen waren in het betreffende gebied aanwezige Reichsbahndirektionen verantwoordelijk.

culemeyer 002 2018

Culemeyer-Types
R40
Het eerste type Culemeyer was de R40 die uit twee frames bestond met ieder twee assen en acht wielen.
De frames waren met een verstelbare stang verbonden en konden middels een hydraulische inrichting op en neer worden bewogen zodat de wagons geladen en gelost konden worden.
Deze in 1932 gebouwde 16-assige aanhanger kon een last van 31 ton dragen welke in 1935 door het wegnemen van de hydraulische hefinrichting werd verhoogt naar 40 ton.
Door het plaatsen van tussenbruggen werd de stabiliteit van de eenheid gewaarborgd en werden ook de rijeigenschappen verbeterd.
Door de kombinatie met de tussenbrug werd de aanhanger een R40H1.

culemeyer 010 2018

R80
Tevens werd in 1935 de R80 ontwikkeld.
Ook deze bestond uit twee frames maar nu met 6 assen en 24 wielen.
Elk frame had zes binnenwielen en zes buitenwielen en was 3.737mm lang en 2.840mm breed.
Oorspronkelijk voor een normale last van 60 ton en maximale last van 80 ton voorzien werd daar in 1938 verandering in gebracht.
Na een grondige opknapbeurt en aanpassing werden de aanhangers geschikt gemaakt en daarna alleen nog gebruikt voor een last van 100 ton.
Door het toevoegen van een los frame met twee assen en 8 wielen kon de last verhoogd worden naar een maximum van 133 ton.
Er waren twee frames beschikbaar voor het vermeerderen van de draaglast; de 26-tons versie en de 33-tons versie.

R41
De eerste eendelige aanhanger was de in 1938 gebouwde R41 die door Culemeyer en de Gothaer Wagonfabrik [GWF] werd ontwikkeld.
Deze had een lengte van 9.540mm en een draagvermogen van 40 ton.
Het frame bestond uit een doorlopende rijbrug op vier stuurassen met 8 binnen en 8 buitenwielen.
De R41 bleef echter een prototype die in 1938 zonder langdurige tests in het reguliere bedrijf werd ingezet.

R42
Een verdere variant was de R42, een eendelige 12 wiellige aanhanger met alleen buitenliggende wielen, van 8.840mm en een draagvermogen van 40 ton.
Alhoewel deze al in 1938 gebouwd en met twee stuks getest werd zou het tot 1942 duren voordat de R42 in grote getallen gebouwd zou worden.
Door de eenvoudige en solide instandhouding van deze aanhanger werd hij voornamelijk ingezet voor het transport van wagons ten koste van de R40 en R80.
De R40,R90 en R41 werden door de GWF gebouwd terwijl de R42 door de WUMAG (Waggon und machinebau AG) werd geleverd.
De topsnelheid van de Culemeyers werd uit veiligheidsgronden op 25 km/h begrenst.
Tevens beschikten de aanhangers over hydraulische remmen, dubbele vering en een mechanische stuurinrichting.
In de eerste naoorlogse jaren kwamen de nog voorhanden Culemeyers R40, R80 en R42 nog in bedrijf bij zowel de DR als de DB.
Omdat de Wehrmacht echter de meeste R80’s voor zware transporten in beslag had genomen kwamen er na de oorlog van dit type nog maar een paar in gebruik.
Culemeyer-Straßenroller.

Gebruiksaanwijzing van de Culemeyer.
Uitschuifbare tweedelige aanhanger met hefinrichting voor wagons.
De aanhanger met een eigen gewicht van 10 ton en draaglast van 32 ton kan een wagon met een draaglast van 20 ton en een eigengewicht van 11 ton vervoeren.
Hij bestaat uit twee frames verbonden door een beweegbare trekstang.
Elk frame is ingericht voor de opname van een as van de wagon.
De frames kunnen aangepast worden aan de as-afstand van de betreffende wagon.
Elk frame bezit 8 stuurbare wielen voorzien van elastische rubberbanden.
Alle wielen zijn door stuurstangen met elkaar verbonden zodat de aanhanger in elke gewenste bocht gebruikt kan worden.
De afmetingen van een frame zijn zonder aanbouwdelen 3.000mm lengte en 2.000 breedte met een bodemvrijheid van 150mm.
De totaalbreedte over de wielnaven is 2.821mm.
Nadat de wagon op de aanhanger is getrokken wordt hij door middel van de met de hand bediende hydraulische hefinrichting op transport hoogte gebracht.
Bij de later gebouwde types viel de hefinrichting weg om tijd bij het laden/lossen te besparen

culemeyer 042 2018

Trekkers voor de Culemeyers
De eerste trekkers waren ontwikkeld om tests door te voeren met de oer Culemeyers waardoor de fabrikanten nuttige ervaring opdeden voor de verdere ontwikkeling van speciale modellen.
Na de uitgebreide en geslaagde tests moesten Henschel en Kaeble nu serietypes ontwikkelen voor het dagelijks gebruik.
Kaeble, die de testmachine Z4Express had geleverd met 72pk, leverde in 1933 de nieuwe drieassige trekker Z6R/1 met 100pk dieselmotor terwijl Henschel de drieassige trekker 33 D 0 met 100 pk benzinemotor leverde, beide met harde banden.
In 1934 werden deze gaandeweg vervangen door de Z6R en 33G0 maar nu met luchtbanden en 100 pk diesel motoren.
Daar echter van beide machines de draaicirkel te ruim was voor stadsverkeer werd door Kaeble de 2assige Z4GR ontwikkeld die vanaf 1934 de standaard machine werd voor het stadsverkeer.
Door de stijgende vraag en steeds zwaardere draaglasten leverde Kaeble in 1937 de Z6RL aan de DRG.
In 1938 werd er alweer een sterkere variant geleverd te weten de Z6R2A100 en in 1939 de tweeassige z5gn125.

culemeyer 020 2018

Kaelble Z6R3A
De sterk groeiende zwaartransport sector had echte behoefte aan nog zwaardere trekkers met als gevolg de in 1936 ontwikkelde Kaeble Z6R3A.
Deze jumbo genaamde machine had een cylinder inhoud van 23.3liter en 180 pk en vanaf 1940 na een verbetering van de motor een vermogen van 200 pk.
Na 1940 kwamen ook een zestal machines met 130 pk vermogen in dienst speciaal voor de Wehrmacht ontwikkeld, de Z6W2A130.
Na het einde van de tweede wereldoorlog werd de Reichsbahn door de vier bezetters bestuurd zodat ook alle trekkers van de DRG en de Wehrmacht in deze zones gebruikt werden.
Kaeble bouwde uit nog aanwezige bruikbare wagens en matriaal nieuwe trekkers zoals de Z6W2A130 die duidelijk aan de houten laadbak was te herkennen en die nog tot 1952 werd gebruikt.

Speciale varianten op de Culemeyer.
Naast de Culemeyer aanhanger werden er ook twee op dit principe berustende vrachtwagens voor de DRG ontwikkeld die een combinatie van vrachtwagen en zwaartransportaanhanger vormden.

  • Kaeble-oplegger combinatie met eendelige oplegger:
    Dit in 1933 geleverde voertuig was een trekker/oplegger met een draaglast van 32 ton voor het transport van goederenwagons.
    De trekker was een drieassige wagen ontwikkeld uit de Z6R genaamdS6G[DR-70019]in Reichsbahn uitvoering met een 6 cylinder dieselmotor met 100 pk aangedreven over beide achterassen.
    De bijbehorende oplegger bestond uit een eendelig frame met drie assen en zes buitenliggende wielen.
    De in 1935 geleverde S6R[DR-70033]verschilde alleen door de luchtbanden van zijn voorganger, maar de bijbehorende oplegger kreeg nu een hydrolische hefinrichting waarmee het mogelijk werd tot 50 graden te heffen.
    Het draagvermogen bleef 32 ton maar deze wagen was voornamelijk gedacht om wagons met stortgoed bij de klant direkt te lossen zodat het tijdrovende afzetten van deze wagons achterwegen kon blijven.
    Deze wagens weden bij de WUMAG gebouwd en bleven de enige in hun soort.
    • Gemotoriseerde aanhanger:
      Dit voertuig werd in 1934/35 door de Gothaer wagonfabrik gebouwd en bestond uit twee frames met samen zes assen en buitenliggende wielen maar met kabine en een viercylinder benzine motor van Krupp met een vermogen van 60 pk.
      Deze gemotoriseerde aanhanger werd maar over een as aangedreven en had een draagvermogen van 32 ton.
      In 1937 werd een brug tussen de twee delen gelast om de rijeigenschappen tijdens lege ritten te verbeteren.
      Er werd maar een exemplaar van gebouwd dat vanaf 1935 bij de DRG in dienst was onder nummer DR-77015.

Noemenswaardige transporten met de Culemeyer
Het transport van de grootste papierdrukcylinder ter wereld van 65 ton en een diameter van 5 meter.
Hij werd van de firma voith uit Heidenheim naar de Neckarhafen in Heilbronn gebracht op een dubbel R80 stel getrokken door de Kaeble Z6R3A.

culemeyer 025 2018

In 1936 werd een 24 ton zwaar scheepsdeel vervoerd in Zwitserland van Winterthur naar de Bodensee.
Het vervoer van een binnenvaartschip over de snelweg Berlijn-Munchen.
Het transport van de monumentale deksteen voor het graf van Von Hindenburg naar Tannenberg in Ostpreussen.
Het vervoeren van de Olympiaklok van Bochum naar Berlijn op een R40 in 1936.
Een transformator van 60 ton voor de firma ELIN over bergwegen in Oostenrijk met de 24 wielen R80 getrokken door een Z6R3A en een Z6R2A100.
In 1940 werden 15 tankschepen van 140 ton en 6 onderzeeërs van 274 ton na verwijdering van uitstekende delen, van de Elbe bij Dresden naar de Donau bij Ingolstadt gebracht, een afstand van meer als 300 km. Deze schepen waren geladen op 4x gekoppelde R40s getrokken en geduwd door vier Z6W2A130 van Kaeble of vier Faun ZR150.
Het transport van een 90 ton wegende gietijzeren drukpers in 1939 op een 24 wiels aanhanger met koppelvoertuig.

De Duitse Wehrmacht gebruikte de Culemeyers veelvuldig voor het transport van zware voertuigen of stukken geschut zoals de zware mortier KARL.
Voor het vervoer van deze waren twee R40s nodig, een voor de mortier met 28 ton gewicht en een voor het onderstel.
Er werden ook veerboten, riviertankers, mijnenvegers en U boten vervoerd.
Zo werd de veerboot F411 met vier eenheden R80 getrokken door drie trekkers Kaeble Z6R2A130 naar de middenlandse zee gebracht!