Br 95

Onder leiding van August Meister, die voor de Halberstadt-Blankenburger Eisenbahn vergelijkbare machines had ontwikkeld, ontstond bij de Borsig Lokomotivwerke met de T20 de tot dan sterkste Duitse tenderlokomotief.
Opvallende kenmerken waren de massieve ketel, de lage cabine en de grote voorraadkasten.

In de jaren 1922/23 leverde Borsig 18 machines terwijl Hanomag in de periode 1923/24 nog eens 27 machines van de productie band liet lopen.
De eerste tien machines als T20 Magdeburg 9201-9210 besteld en als 77 001 tot 77 010 geleverd, aangezien ze oorspronkelijk als Br 77 in dienst gesteld zouden worden.

Maar in 1923 werd besloten de loks in Baureihe 95 onder te brengen en werden de tien machines in 95 001 tot 95 010 omgenummerd.
Met deze loks had de Deutsche Reichsbahn nu betrouwbare machines voor steile trajecten die tevens de tandrad-lokomotieven konden aflossen die de DRG tot dan gebruikte.
Na levering werden de machines vooral in het midden en oosten Duitslands te werk gesteld met name in de BW’s Arnstad, Dresden, Geislingen, Gerstungen, Probstzella,Suhl en Weimar.
De loks waren in staat treinen met 2060 ton gewicht met een snelheid van 50km/h te trekken, en bij een steiging van 25 promille evengoed met een snelheid van 25km/h een trein van 430 ton voort te bewegen!
Door de aslast van 95.3 ton was de 95 tevens in staat stijgingen van 70% te overwinnen speciaal door de Riggenbach-tegendrukrem die bij afdalingen het afremmen van het hoge gewicht waarborgde.
Deze eigenschappen leverde dit type de bijnaam ”Bergkoningin” op.

Na de tweede wereldoorlog bevonden zich 12 machines in het westelijk deel van Duitsland inclusief de reeds terzijde gestelde 95 012 en 05.
De DB stelde alle machines van 1953 tot 1958 uit dienst en liet deze in Desching en Ingolstadt slopen.
De resterende machines verbleven na de oorlog in het oostelijke deel van Duitsland waarvan er 24 in Meiningen werden omgebouwd voor oliestook.
Tien machines werden ook nog van een nieuwe ketel voorzien.
Voor de laatste in Probstzella gestationeerde machines kwam in 1981 het einde.
De 95 016 werd weer teruggebouwd naar kolenstook en als stooklok gebruikt in het Bw Kamenz.
Hetzelfde gebeurde met de 95 027 die naar het verkeersmuseum te Dresden ging.
De 95 009,016,020 en 028 werden alle bewaard voor het nageslacht in diverse musea waarbij ook de 95 6676 (Mammut)van de H.BI.E. vermeld moet worden.

Technische specificaties:

Baureihe: 95.
Indienststelling: 1922
As-indeling: 1’E1 h2t
Gewicht: 127,4
Lengte: 15,10 M.
Snelheid: 65 KM
Kolenvoorraad: 4T
Watervoorraad: 12 M³
Vermogen: 1620 PSi

Model: Fleischmann 405501, Liliput 9511, Piko 50082