Rheingold

Mitropa (het Duitse slaap- en restauratiewagenbedrijf opgericht tijdens de Eerste Wereldoorlog) kwam samen met grootaandeelhouder de Deutsche Reichsbahn met een antwoord op het succes van de Pullman-treinen van Wagons-Lits.
In 1928 ging de Rheingold van start, een luxe dagtrein tussen de Noordzee en de Alpen en werd als FD Rheingold door de Deutsche Reichsbahn in de dienstregeling opgenomen.

De rijtuigen
Speciaal voor de Rheingold werden in 1928/1929 nieuwe sneltreinrijtuigen gemaakt met een lengte van 23,5 meter.
De salonrijtuigen waren van Duitse makelij maar leken aan de binnenzijde sterk op de wagons van Pullman: veel luxe, rijk gestoffeerd en met losse fauteuils.
Zelfs de kleuren aan de buitenzijde waren vergelijkbaar: aubergine met crème terwijl de Pullmans donkerblauw met crème gelakt waren.
De Rheingold bestond vaak uit twee bagagewagens, twee eerste klas en twee tweede klas rijtuigen.
Door de regel die gold tijdens de indienstelling dat achter een locomotief eerst een bagagewagen moest rijden veranderde de opstelling wel eens.
Bij het wisselen van de rijrichting koste het een hoop tijd om ook deze bagagewagen om te rangeren en werd er een 2e bagagewagen aan de trein toegevoegd, beide wagons zaten altijd aan de kop van de trein.
Ergens rond 1930 werd de regel met de bagagewagons afgeschaft en kwam het vaak voor dat er direct achter de locomotief een normaal rijtuig werd geplaatst.
Later werden er bij een groter passagiersaanbod extra wagons toegevoegd en reed de trein dan met 6 of zelden nog meer rijtuigen.

In de eerste klas wagons van de Rheingold stonden losse fauteuils tegenover elkaar, in de breedte slechts één aan elke zijde van de middengang.
Ieder rijtuig had 28 van zulke zitplaatsen.
In de tweede klasse waren er 43 vaste zitplaatsen: twee aan één zijde van het gangpad en één aan de andere kant.
Rijtuigen van beide klassen hadden minder zitplaatsen als ze over een boordkeuken beschikten, wat om en om het geval was.
Alle zitplaatsen waren voorzien van tafels (met schemerlampen) waarop eten en drinken werd geserveerd.
Bijzonder voor die tijd was dat de catering aan boord bij de reizigers langs kwam en dat de grenscontroles in de trein plaatsvonden.
Van een keuken uit werden aldoor twee rijtuigen bediend.
De rijtuigen waren als teken van hun luxe eerst in de kleuren aubergine-crème en rond 1931 violet-crème geschilderd.
De salonrijtuigen waren crème/violet, de bagagerijtuigen geheel violet.
De vormgeving van de interieurs ging terug op de ontwerpen van belangrijke kunstenaars en architecten.
Elk rijtuig kende een uniek interieur en het motief en de kleur van de bekleding en vloerbedekking verschilde per rijtuig.
De wanden waren met diverse houtsoorten bekleed, zoals zebrano, palissander en esdoorn.
De draaistellen van de rijtuigen inclusief de bagagerijtuigen waren allemaal van het type Görlitz II.
De rijtuigen waren geconstrueerd voor een snelheid van 120 km/u en kregen als eerste letter een S omdat de rijtuigen in de categorie van Salonrijtuigen en speciale rijtuigen (Sondernwagens) behoorden in het DRG rijtuigschema.
De rijtuigen hadden de opschriften “Deutsche Reichsbahn Gesellschaft”, het “MITROPA” en het DRG logo.
De legendarische opschriften “RHEINGOLD” prijkte nog niet in de beginfase op de rijtuigen, maar pas vanaf de jaren dertig.
Deze werden op het violette kleurdeel van de rijtuigen aangebracht.
De rijtuigen waren in onderhoud in Köln-Betriebs-Bhf.

Locomotieven
De Rheingold werd in Nederland meestal getrokken door locomotieven van de series 3700 of 3900 en reed dan van Amsterdam of Hoek van Holland naar Zevenaar.
Daar of net over de grens werd er dan gewisseld van locomotief en werd er vaak een baureihe 18.4 of 18.5 voor de trein gekoppeld.
Maar ook andere series locomotieven zijn er voor de Rheingold ingezet, zoals de baureihe 0118.3 en zelfs de 38.
Later werd de Rheingold vaker door een baureihe 01 getrokken.

Route
De Rheingold begon in Hoek van Holland en richtte zich, met de aansluiting op de boot uit Harwich, vooral op Engelse reizigers.
Er waren echter ook rijtuigen uit en met bestemming Amsterdam en deze werden dan in Utrecht aan de andere wagons gekoppeld.
Via Utrecht, Arnhem, Duisburg, Dusseldorf, Keulen, Mainz, Mannheim, Karlsruhe en Freiburg werd het Zwitserse Bazel bereikt.
In Duitsland reed de trein langs de rechteroever van de Rijn, door het vermaarde Duitse Rijndal.
Later reed de trein deels door naar Luzern en Zürich.
Eind jaren 30 was er ook een koersrijtuig naar Milaan.

Technische specificaties:

Serie
Bouwjaar
Aantal
Lengte
in mm
Zitplaatsen
Rijtuignummer
(vanaf 1930)
Opmerkingen
SA4ük-28 1928 4 23 500 20 10 501, 10 503, 10 505, 10 507 met keuken
SA4ü-28 1928 4 23 500 28 10 502, 10 504, 10 506, 10 508
SB4ük-28 1928 6 23 500 29 10 701, 10 703, 10 705,
10 707, 10 709, 10 711
met keuken
SB4ü-28 1928 6 23 500 43 10 702, 10 704, 10 706,
10 708, 10 710, 10 712
SB4ük-29 1929 4 23 500 29 10 713, 10 715, 10 717, 10 719 met keuken
SB4ü-29 1929 2 23 500 41 10 714, 10 716
SPw4ü-28 1928 3 19 680 105 001 – 105 003

Na de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de oorlog lag de inzet van luxetreinen vrijwel stil en raakte veel materieel beschadigd.
De rijtuigen die na de tweede wereldoorlog bij de DB bleven, werden verbouwd tot restauratierijtuig, “Gesellschaftwagen” of sneltreinrijtuig.
Kort na de oorlog verbond een D-trein met drie klassen Hoek van Holland weer met Bazel.
In 1951 kwam daaruit de Rheingold-Express voort.
De nieuwe Deutsche Bundesbahn zette daarvoor donkerblauwe gestroomlijnde rijtuigen in.
De oude Rheingold-rijtuigen waren deels omgebouwd tot restauratiewagen.
In 1962 herstelde de Deutsche Bundesbahn de Rheingold in ere als luxetrein.
Er werden nieuwe eersteklas rijtuigen gebouwd inclusief de unieke panorama­rijtuigen.
Als referentie aan het Interbellum kregen ze een blauw-crème kleurstelling.
Ze werden getrokken door bijpassende elektrische locomotieven van de serie E10.
In 1965 werden de twee voormalige concurrenten onder één noemer verenigd.
Toen trad de Rheingold toe tot het TEE-netwerk.
De West-Europese spoorwegen boden onder de uniforme TEE organisatie moderne eersteklas dagtreinen aan tussen tientallen steden.
De eigentijdse luxe van de Trans Europ Express verdrong de klassieke Pullmans.
De Edelweiss had in 1957 een gestroomlijnd diesel-elektrisch treinstel gekregen van Nederlands-Zwitserse makelij.
De Rheingold behield z’n samenstelling uit 1962; de blauwe lak werd vervangen door TEE-rood.
In 1987 reed de Rheingold zijn laatste dienst.
Ook nu nog is de Rheingold onder spoorliefhebbers een begrip.
Een aantal rijtuigen uit 1928 is door de Freundeskreis Eisenbahn Köln (FEK) gerestaureerd en deze rijtuigen zijn weer zoveel mogelijk in de oude staat teruggebracht en rijden nog regelmatig mee met diversen museum treinen.
Ook de wagons en locomotieven van de Rheingold uit 1962 zijn bewaard gebleven en kun je tegenkomen in de originele kleuren van toen, maar ook in TEE rood-creme en zelfs hele afwijkende kleuren omdat ze aan private instellingen verkocht zijn.

Modellen:

Rheingold wagons 1928
Brawa 45916 – set van 5 wagons
Brawa 45413 – losse bagagewagen Pw4ü
Trix 23430 – set van 5 wagons
Liliput 382003 – set van 5 wagons
Liliput 382103 – 382303 – 382503

Rheingold wagons 1962
Trix 23410
Trix 23411
Trix 23412
Trix 23413