De XV HTV werd door de Koninklijke Saksische Staatsspoorwegen gebruikt als voorspan of duwlocomotief.
In 1925 werden beide locomotieven door de Deutsche Reichsbahn overgenomen en ingedeeld als bouwserie 790.
Saksen en Württemberg waren deelstaten die bij de spoorwegbouw de moeilijkste topografische omstandigheden moesten overwinnen; zo ontstonden hier dan ook krachtige locomotieven voor trajecten met sterke hellingen en veel bochten, met bijzondere loop- en aandrijfwerkconstructies.
De Saksische XV HTV was de eerste Duitse locomotief met zes gekoppelde wielstellen.
Ook in Saksen werd het principe van zijdelings verschuifbare koppelassen bij locomotieven met zes gekoppelde assen niet als toepasbaar beschouwd, omdat de eigen weerstand dan te groot zou worden.
Een jaar later bewees de Württembergische Staatsbahn met de 1’F h4v van serie K de praktische realiseerbaarheid.
Men maakte bij deze locomotief gebruik van twee aandrijfgroepen met elk drie wielstellen, die waren gelagerd in het 28 mm dikke hoofdframe.
De eindwielstellen van het type Klien‑Lindner, uitgevoerd als holle assen, waren gelagerd in het 20 mm dikke buitenframe.
Zij konden aan beide zijden radiaal 37 mm uitslaan.
De wielstellen die zich naast de cilinders bevonden, waren volgens het Gölsdorf‑principe aan beide zijden 28 mm zijdelings verschuifbaar.
Het middelste wielstel van elke aandrijfgroep was tegelijk het aangedreven wielstel en was vast gelagerd.
Hierdoor ontstond een totale wielbasis van 11.100 mm.
De wielbasis van één aandrijfgroep bedroeg 3.550 mm.
De locomotief had een relatief lange ketel en bestond uit twee delen met een diameter van 1.450 mm.
Op de ketel zaten twee stoomkoepels die verbonden waren door een pijp in de ketel zelf.
De vuurhaard was van koper en lag over de eerste as van de achterste aandrijving.
De rookbuisoververhitter was van het type Schmidt.
Het doorlopende frame bestond uit 28 mm dik plaatstaal als binnenframe en 20 mm dik plaatstaal voor het buitenframe van de holle assen.
De zandbak bevond zich tussen de stoomkoepels en de schoorsteen.
De cilinders, waarbij telkens een hoge‑druk‑ en een lage‑drukcilinder in één gietstuk waren verenigd, bevonden zich in het midden van de locomotief en dreven beide wielstelgroepen aan.
Met deze aandrijfconstructie bereikte Lindner weliswaar de kortst mogelijke stoomwegen tussen de HD‑ en ND‑cilinder, had hij geen afkoelingsverliezen en vermeed hij een kostbare krukas, zoals die anders voor viercilinder‑aandrijvingen noodzakelijk was.
De lange aan‑ en afvoerwegen van de stoom maakten echter een deel van deze voordelen weer ongedaan.
Aan het booggedrag van de locomotief viel niets aan te merken; die liep zonder wringen door bochten met een straal van 170 m, zoals was voorgeschreven.
De slijtage van de wielbanden was gering; ook na de eerste 40.000 bedrijfskilometers was nog geen profielbewerking nodig.
Meer problemen gaf de afstelling van de stoomverdeling.
Was het al moeilijk om een synchroon werken van alle vier cilinders te bereiken, met de slijtage van de wielbanden veranderde ook de krukstand, waardoor een synchroon functioneren niet langer gewaarborgd was.
Tijdens hun inzet leken de locomotieven goed te voldoen.
De topsnelheid was maximaal 70 km/h en daarom werden de machines naast hun taak als duw of voorspanlocomotieven soms ook in de goederendienst ingezet.
Het bleef uiteindelijk bij deze twee locomotieven (fabrieksnummers 3843 en 3844, locomotiefnummers 1351 en 1352).
De Deutsche Reichsbahn nam in 1925 beide locomotieven op in haar bestand en deelde ze in als bouwserie 79.0 en zo kregen ze de nummers 79 001 en 79 002.
Aanvankelijk ingezet als trein‑ en voorspanlocomotief op trajecten naar het Ertsgebergte, maar werden later meer voor de rangeerdiensten gebruikt.
Ze werden in 1932 ter zijde gesteld en zijn later beide gesloopt zodat er helaas niets meer bestaat van deze locomotiefserie met zijn aparte aandrijving.

Technische specificaties:
Baureihe: 79.
Indienststelling: 1916
Asindeling: C C h4vt
Gewicht: 92,2 T
Lengte: 14,66 M.
Snelheid: 70 KM
Kolenvoorraad: 2,2T
Watervoorraad: 8,5 M³
Vermogen: onbekend
Model: Trix Fine Art 22564, 42564, 22534, 42534


