Br 55

In het begin van 1890 werden door de KPEV goederenwagens met een laadvermogen van 15 ton aangeschaft waarvoor sterkere locs dan de voorhanden types gezocht werden.
De ontwikkeling van een zwaardere machine was onvermijdelijk geworden.

Gekozen werd voor een ontwerp met 4 gekoppelde aandrijfassen.
De G7 was de eerste vier-assig gekoppelde locomotief van de KPEV waarmee deze geen ervaring had.
Om het voordeligste model te krijgen werd er opdracht gegeven om vier types te bouwen waaronder een Mallet.
Men ondervond in het begin dan ook problemen met de speling van de assen in bochten die uiteindelijk werden overwonnen door de tweede en vierde as 10mm speling te geven.
Van deze eerste 55ers zijn 1445 machines gebouwd waarvan de DRG er 740 overnam.
De resterende machines werden als herstel betaling aan diverse landen afgestaan of waren tijdens de eerste wereldoorlog verloren gegaan.
Een aantal van deze machines heeft ook de tweede wereldoorlog overleefd waarvan de laatste bij de DB in 1957 en bij de DR in 1966 buiten dienst is gesteld.
De BR55 669 negen is de laatste werkende machine en staat in het Verkehrsmuseum Dresden.

Door het groeiende goederenverkeer en steeds zwaardere wagons was er al gauw behoefte om de G7 te versterken met een gelijke maar sterkere machine, de G8 die een doorontwikkeling van de eerste is waarbij op allerlei punten versterking in de onderdelen en het te leveren vermogen werden aangebracht.
Van de G8 werden er 1.045 machines geleverd door Vulcan, Schichau, Hanomag en Henschel.
De DRG nam 656 machines over waarvan de 55 1601 uit de eerste levering van 1902 kwam!
De G8.1 was een door Robert Garbe geplande doorontwikkeling van de G 8 en werd als “versterkt normaalbouwtype” aangeduid.
De loc had een grotere ketel en daardoor een hoger gewicht hetgeen ook de bedoeling was van het ontwerp daar een hoger gewicht ook een hogere druk op de rails betekende en dus meer trekkracht.
Door de hoge asdruk kon de G 8.1 echter alleen op hoofdbanen ingezet worden.
Als werkterrein kwam naast de zware goederendienst later ook het zwaardere rangeerwerk erbij.
De G8 was de meest gebouwde Länderbahn lokomotief en na de 20 jaar later gebouwde BR52 de tweede meest gebouwde lok van Duitsland.
Voor de KPEV en de DRG werden er 4.958 geleverd, 137 gingen er naar de Reichseisenbahnen in Elsas Lotharingen,10 naar de de Großherzoglich Mecklenburgische Friedrich-Franz-Bahn, 50 werden er voor het leger, 10 voor het Gewerkschaft Deutscher Kaiser en 185 voor diverse buitenlandse bedrijven gebouwd.
Meer als 1000 machines hebben de oorlog overleefd en waardevolle diensten bij de DB en DR geleverd waarna alle begin 70er jaren uit dienst zijn gesteld.

Technische specificaties:

Baureihe: 55.
Indienststelling: 1913
As-indeling: D h2
Tender: pr 3 T16,5 p2’2 T21,5
Gewicht: 95,7T + 51,1T
Lengte: 18,29 M.
Snelheid: 55 KM
Kolenvoorraad: 7T
Watervoorraad: 16,5 M³
Vermogen: 927 / 1260 PSi

Model: Fleischmann 4154