SVT Hamburg

Wanneer de Deutsche Reichsbahn Gesellschaft op 15 mei 1933 het eerste tweedelige sneltrein-treinstel VT877 “Fliegender Hamburger” in dienst stelt, is het succes zo groot dat dit een snel groeiend SVT net tot gevolg heeft.
De naam SVT betekent: Schnell Verbrennungs Triebszug.

Als antwoord op de ervaringen met de “Fliegender Hamburger” worden bij de Waggon – und Maschinenbau AG Görlitz (WUMAG) 13 tweedelige treinstellen met dieselelektrische aandrijving besteld.
Deze treinstellen van het type Hamburg, worden in de jaren 1935/36 in dienst gesteld.
Zij kregen de bedrijfsnummers SVT 137 149 t/m 152 en SVT 137 224 t/m 232, deze laatste hadden een dienstgewicht dat iets hoger lag dan de serie 149 t/m 152. Het treinstel werd gebouwd volgens een spantenbouwwijze, waarbij de buitenwanden een dragende constructie bezitten.
Om een geringe luchtweerstand te bereiken bij hogesnelheden werden de voorkanten afgerond.
In vergelijking met de VT 887 werden de ruiten in de cabine groter uitgevoerd, zodat het dak niet zover naar beneden kon worden geconstrueerd.
Om de luchtweerstand nog verder te verlagen kreeg de trein doorlopende schorten aan de onderkant.
Voor de overgang van de a-eenheid naar de b-eenheid werd een vouwbalg gemonteerd en een tweede vouwbalg om de eerste vouwbalg heen zorgde ervoor dat de beide eenheden een gesloten geheel vormden en zorgde er op deze manier voor dat er geen wervelwinden optraden tussen de beide wagenhelften.

Het loopwerk bestond uit totaal drie twee-assige draaistellen, waarin ook de aandrijflijn was ingebouwd.
De draaistellen voor dit treinstel waren van het type Görlitz III zonder aandrijving, die voor de SVT “Hamburg” aangepast waren.
De assen waren zowel blad als schroef geveerd.
In 1938 zijn de loopdraaistellen vervangen door een nieuw type draaistel.
Elk loopdraaistel had een dieselmotor met een generator, de dieselmotoren lagen in een raam in het draaistel.
In elke loopdraaistel lag een watergekoelde 12-cilinder V dieselmotor GO 5 van de firma Maybach met een vermogen van 302 kW.
De brandstof werd opgeslagen in drie tanks van elk 330 liter en zorgden voor een bereik van ongeveer 1000 km.

Om het koppelen en ontkoppelen te vereenvoudigen werden de treinstellen voorzien van automatische Scharfenberg koppelingen.
Daardoor konden bijvoorbeeld het type “Hamburg” en een treinstel van het type “Köln” worden gekoppeld.
De rijtuigindeling was volgens de indeling van sneltrein rijtuigen.
Achter de cabine en machineruimte lag een 3,60 m lange bagageruimte met een oppervlakte van 9,6 m2 en een instapruimte.
Door 650 mm brede schuifdeuren konden de reizigers de 2de klas betreden.
Hier waren 5 1/2 afdelingen met een zitplaats indeling van 2+1 en een 522 mm brede middengang.
De b-eenheid bezat achter de rijtuigovergang een 3 meter lange restauratieruimte met buffet, koelkast en spoelbakken.
Daarbij kwamen nog een elektrische kookplaat en een warmwaterkraan.
Door een draaideur kwam men in de salonafdeling tweede klas.
Daaraan aansluitend een instapruimte en de machineruimte en cabine.

In 1975 werd ook één van de laatste treinstellen terzijde gesteld en ingelijfd in een museumbestand, in 1990 en 1991 weer geheel gerestaureerd en in de oorspronkelijke staat teruggebracht.
Bij een aansluitende testrit bereikte dit treinstel nog een snelheid van 165 km/u op een testtraject van 20 km tussen Buchholz en Rothenburg (Wümme) bij Bremen.

Technische specificaties:

Baureihe: SVT 137 “Hamburg”.
Indienststelling: 1935-1936
As-indeling: 2’Bo’2′
Gewicht: 100 T
Lengte: 44,95 M.
Snelheid: 160 KM
Vermogen: 2x 302 KW

Model: Trix 22010