Br 80

Tot de eerste Einheitslokomotieven die de DRG in zijn materieelpark opnam behoorden de Rangeer-Tenderloks 80 en 81.
Deze waren als C’h2 en D’h2 machines uitgevoerd.
Deze beide types waren ontworpen omdat er ondanks de grote hoeveelheid nog beschikbare landerbahn locomotieven er een tekort aan krachtige machines voor baanvakken waarbij de aslast onder de 20 ton was.

De tenderlocomotief van de Baureihe 80 is voor de Deutsche Reichsbahn als rangeerlocomotief gebouwd.
Er zijn in 1927 en 1928 39 exemplaren gebouwd en geleverd aan de DRG (80 001 t/m 80 039) bij Locfabrieken Jung in Jungenthal, Union in Königsberg en Wolfen Hohenzollern.
Het doel van de ontwikkeling van de Baureihe 80 was het bouwen van een relatief eenvoudige en zuinige locomotief om zo de kosten van het rangeerwerk te drukken.
Vooral in de Hamburgse haven was de roep om een kleine maar krachtige lok erg groot.
Op grotere stations vervingen ze de voor rangeerwerk ingezette oude Länderbahnlocs, die vaak door hun ouderdom niet krachtig genoeg meer waren.

Bij de konstruktie werd rekening gehouden met zoveel mogelijk gewichtsbesparing ten gunste van een krachtige ketelvoering.
In plaats van de oorspronkelijke 1250mm wielen werden er 1100mm gebruikt daar ook met de kleinere wielen het doel bereikt kon worden en de max.snelheid van de lok op 45kmh lag.
Tevens werd er op gewicht bespaart bij de cylinders,assen en het drijfwerk.
De locs hebben een leeg gewicht van 44,3 ton en een maximum snelheid van 45 km/h. De machines werden getest en ingezet in Koln en Leipzig HBF en later op meer plaatsen waaronder Hamburg.
Het testprogramma zag een trekkracht voor van 900ton met 45kmh op vlak terrein, 175ton met 45kmh op een helling van 10% en 140ton met 25kmh op hellingen met 25%.
Op een machine na kwamen alle 80ers ongeschonden uit de oorlog waarvan er 21 bij de DR en 17 bij de DB terechtkwamen.
. Bij de DR deden de machines dienst tot 1963 waarna allen bij de diverse Reichsbahnausbesserungswerke terecht kwamen waar er nog tot 1978 mee werd gereden.
De 80 023 is bewaard gebleven in het Dresdner Eisenbahnmuseum.
Bij de de DB werden de machines tot 1965 gebruikt waarna zij verkocht werden aan diverse kolenmijnen en staalbedrijven of gesloopt werden.
De 80 014 is in gebruik bij het Suddeutschen Eisenbahnmuseum Heilbronn en de 80 030 staat in fotoanstrich in het depot van Eisenbahnmuseum Bochum-Dahlhausen.

Technische specificaties:

Baureihe: 80.
Indienststelling: 1927-1928
Asindeling: C h2t
Gewicht: 54,4 T
Lengte: 9,67 M.
Snelheid: 45 KM
Kolenvoorraad: 2T
Watervoorraad: 5 M³
Vermogen: 5,75 PSi

Model: Roco 43211, 63247