Br E75

De E 75 van de Deutsche Reichbahn was een elektrische locomotief voor passagier en goederen verkeer.
Wat betreft de elektrische installatie was het een locomotief die grotendeels identiek was aan de E77-serie, maar de opbouw is gebaseerd op een frame uit één stuk met 1’BB1 als wielbasis.

Deze verandering zou met name de loopeigenschappen moeten verbeteren, maar waren maar iets beter dan de E77.
Uiteindelijk was het enige verschil dat er een verhoging van de maximumsnelheid van 65 km/h naar 70 km/h werd toegestaan.

De locomotieven hadden een doorlopend plaatframe, dat werd versterkt door dwarsbalk verbindingen.
Ook de twee uit staal gegoten kuipen, waarin de motoren werden gemonteerd, droegen bij aan de verstijving van het frame.
Als as indeling is er gekozen voor het type 1’BB1 en had twee aandrijfgroepen.
Elke aandrijfgroep had één 20 polige motor en was van het type BMS 700 van BEW.
De aandrijving bestond uit een stangen aandrijving van het type Winterthur, waarbij de twee naar het midden gelegen assen werden verbonden met de buitenassen door koppelstangen.
De twee middelste aandrijfassen hadden verzwakte wielflenzen van 15 mm.
De voorloop assen werden uitgevoerd als Bisselgestell met zijspeling van 110 mm.
Elke cabine werd uitgevoerd met zijdelinks geplaatste panelen die als antischittering op de voorruit diende bij invallend zonlicht.
De opbouw bestond uit een stalen frame van profielen met geklonken platen.
Voor de locomotieven E75.01 t/m 12 en 51 t/m 61 werden verzonken klinknagels gebruikt, zodat de rijen klinknagels niet meteen herkenbaar waren.
Er waren ook nog andere verschillen tussen de afzonderlijke bouwseries.
Zo hadden de E75.51 tot E75.69 het inlaat filter voor de luchtcompressor ook onder het frame, maar waren totaal anders geplaatst.
Ook de stroomafnemer was anders: de serie E75.01-tot E75.12 had een stroomafnemer van het type SBS 11 en de serie E75.51 tot E75.69 kregen een type SBS 10.

Oorspronkelijk waren er 79 locomotieven van het type E75 besteld, maar door de economische crisis zijn er slechts 31 gebouwd en in gebruik genomen.
De E75.01 tot de E75 12 werden in Zuid-Duitsland en de E75.51 tot E75.69 in Midden-Duitsland gestationeerd.
In 1943 werden de in centraal Duitse gestationeerd locomotieven in ruil voor E 77, overgebracht naar het Beierse netwerk.

Na de oorlog zijn er 22 locomotieven overgezet naar de Deutsche Bundesbahn.
De E75.59 verbleef als E75.09II in het Verkehrsmuseum Nürnberg.
Hierbij was het uiterlijk terug gebracht in de oorspronkelijke toestand en is de loc met behulp van de nog bruikbare delen van de E75.09 weer rijvaardig gemaakt.
In 1987 raakte deze echter defect vanwege motor schade in is verder buiten dienst gesteld.
In Neurenberg werd zij op 17 oktober 2005 het slachtoffer van een brand in het museum.
Na die tijd was zij gestationeerd in de stoomlocomotief fabriek Meiningen voor herstel werkzaamheden.
In september 2015 waren de herstelwerkzaamheden klaar om weer als museumstuk ten toon gesteld te kunnen worden als de E75.59.

Technische specificaties:

Baureihe: E75.
Indienststelling: 1927
As-indeling: 1’BB1′
Gewicht: 106,2T
Lengte: 15,38 M.
Snelheid: 65 KM
Vermogen: 1880 KW

Model: Brawa 43236, 43238